Over het spoor
zondag, januari 18
15:48

“It's a curse. Yes, it's a flame. It owns you. It has possession over
you. You are not the master of yourself. You are consumed by this thing. And the books you write. They're not you. They're not me sitting here, this Henry Miller. They belong to someone else. It's terrible. You can never rest. People used to envy me my inspiration. I hate inspiration. It takes you over completely. I could never wait until it passed and I got rid of it"

- Henry Miller –

 

De aankomst

Hij heeft me niet opgehaald. Ik had het kunnen weten. Het briefje waar zijn adres op staat knispert in mijn jaszak. Jasmijnlaan kamer 116. Ik hou het vast alsof mijn hele leven ervan af hangt. Alsof het een geluksbedeltje is. Langzaam loop ik over het stationsplein richting de plek waar de bussen vertrekken. Overal zijn mensen. Hij houdt niet van mensen. Ook houdt hij niet van treinen, grote steden en het hier en nu. Hij kan er niks aan doen, het is zijn hoofd die het allemaal voor hem bepaald. Vroeger was hij belangrijk. Hij regelde alles voor een groot bedrijf hier in de omgeving. De mensen kwamen naar hem toe als er problemen waren. Maar dat is lang geleden en de tijden zijn veranderd. Hij werkt niet meer en de mensen komen niet meer naar hem toe. Helemaal niemand, behalve ik. Dan vertrekt de bus naar Bavel met mij erin.

 

Het is een gek verhaal. De vrouw bij de kassa, het kindje in de wagen en de oude man. Hij stond bij de kassa en was vergeten dat hij naar de kassa liep. Zijn boodschappen lagen al op de band. De yoghurt, het pak kaas en het brood, maar hij herkende het niet meer. En ik stond achter hem met mijn boodschappen. Hij keek me vragend aan met grote grijze ogen. Alsof hij vragen wilde, ‘Wat gebeurt er met mij?’. Hij liep door zonder de boodschappen. Buiten zag ik hem weer. Hij zat op het randje van de plantenbak en keek naar de auto’s op de parkeerplaats. Ik ging naast hem zitten en stilzwijgend zaten wij daar. Hij keek naar de auto’s, naar de vogels en naar zijn eigen handen alsof hij deze niet herkende.

 

“Ik ben wakker geworden maar ik weet niet meer hoe..” fluisterde hij in het niets.
Ik kijk hem aan in zijn grijze ogen. Wie heeft het licht gedoofd, vraag ik me af. Maar ik zeg niks.
“Ik ben wakker geworden. Ik weet niet meer hoe”. Hij zegt het nu tegen mij. Alsof hij verwacht dat ik het antwoord weet. Ik knik alleen maar. Het was op dit moment dat ik besloot met hem mee te lopen tot hij thuis was. Ik kon het oude mannetje niet alleen laten gaan, dan zou ik me eeuwig schuldig voelen.
“Kijk die donkere wolken eens, het gaat zo regenen. Wilt u niet liever naar huis?” vraag ik.
“Ik heb geen huis…”
“Waar woont u dan ?”
“Kamer één één zes…” hij kijkt me nog steeds aan, “Ik weet niet waar..”

 

Ik denk na over de mogelijke verzorgingshuizen in de omgeving, en dat zijn er nogal wat. De rietvogel aan de jasmijnlaan en de zonnebloem aan gerardsingel zitten het dichtst in de buurt.
“De rietvogel of de zonnebloem?”
“Ik weet niet waar…”
“Vogel,” ik probeer het nog een keer, “of bloem?”
“Vogel, onthoud de vogel…” fluistert hij. Dan draait hij zich om, staat op en loopt weg.


Informatie.
Naam: Tamarah
Leeftijd: 19
Woonplaats: Zwolle

En de copyright van de layout ligt bij mezelf.

Imponderabilia.

Omstandigheden waarvan de waarde niet precies aan te geven is, maar die toch hun onmiskenbare invloed laten gelden

Archief.

juli 2008
augustus 2008
september 2008
oktober 2008
november 2008
januari 2009
februari 2009
maart 2009
april 2009
mei 2009
juni 2009
juli 2009
augustus 2009
september 2009
oktober 2009
januari 2010
februari 2010


Kijk hier ook.
Toerfietser Martijn van Calker Jeol Gumthief Postsecret Zwolsnieuws